Landelijke keuken

Landelijke keuken: kenmerken, kleuren en slimme kooptips

Landelijke keuken: kenmerken, kleuren en slimme kooptips

Een landelijke keuken is zo’n keuken waar je binnenloopt en eigenlijk niet meer weg wilt. Warm, een tikje nostalgisch, en toch verrassend praktisch. Maar wat maakt een keuken nou echt landelijk? En waar let je op als je er zelf een gaat uitzoeken?

Wat is een landelijke keuken precies?

Een landelijke keuken is een keuken met kaderfronten, natuurlijke materialen en zachte kleuren. Samen geven die een warme, huiselijke sfeer.

Het kaderfront is waar je hem meteen aan herkent: een vlak paneel met een opstaande rand eromheen, ook wel shakerfront genoemd. Tel daar komgrepen bij op, een keramische spoelbak, een houten snijplank die tegen de wand leunt, en je bent er eigenlijk al bijna. Een boerderij heb je er niet voor nodig (gelukkig maar). In een rijtjeshuis werkt het net zo goed.

Blader je online door voorbeelden van een landelijke keuken, dan zie je pas hoe breed de stijl inmiddels is geworden. Van romig wit met een houten blad tot grafietzwart met een stoer randje. Landelijk is allang niet meer alleen brocante en ruitjesgordijnen.

Welke stijlen landelijke keuken zijn er?

Grofweg kun je drie kanten op: klassiek landelijk, modern landelijk en stoer landelijk.

Het verschil zit hem vooral in de details. Hoe breed is het kader, hoeveel sierlijst zie je, welke kleur krijgt het geheel? In de praktijk komen veel mensen uit bij de moderne variant. Wel de warmte, maar dan zonder krullen en tierlantijnen. Snap ik wel. De tabel hieronder helpt je kiezen.

Kenmerk Klassiek landelijk Modern landelijk Stoer landelijk
Fronten Kaderfront met profiel en sierlijsten Smal, strak kaderfront Kaderfront in donkere tint of houtstructuur
Kleuren Crème, wit, zachtgrijs Taupe, saliegroen, zand Grafiet, zwart, donkergroen
Werkblad Natuursteen of massief hout Composiet of keramiek Betonlook of ruw eiken
Grepen Messing knoppen en komgrepen Slanke zwarte greep Zwart staal of leer
Past goed bij Jaren 30-woning, boerderij Nieuwbouw, open woonkeuken Loft, schuurwoning

Welke materialen en kleuren passen bij een landelijke keuken?

Bij een landelijke keuken passen vooral hout, natuursteen, keramiek en gedempte, natuurlijke kleuren.

Denk aan tinten die je buiten ook tegenkomt. Zand, klei, salie, leisteen. Het zijn kleuren die niet snel gaan vervelen en die zich makkelijk laten combineren met hout. Meer weten over die combinatie? Lees dan ook eens over duurzaam inrichten met natuurlijke materialen.

  • Fronten: gelakte kaderfronten in mat, als je wilt met een houtnerf die je nog ziet.
  • Werkblad: massief eiken, composiet, graniet of keramiek.
  • Spoelbak: keramisch, en dan het liefst zo’n bak waarvan je de voorkant ziet.
  • Kraan en grepen: messing, mat zwart of geborsteld rvs.
  • Wand: handvormtegels, metrotegels of een geschilderde lambrisering.

Eén eerlijke kanttekening wel. Een massief houten werkblad is prachtig, maar het wil een paar keer per jaar olie en het houdt niet van plasjes water rond de kraan. Geen zin in dat gedoe? Dan kom je met composiet of keramiek in een warme tint bijna op hetzelfde effect uit.

Wat zijn de voor- en nadelen van een landelijke keuken?

Het grootste voordeel van een landelijke keuken is de tijdloze, warme uitstraling. Het nadeel: kaderfronten vragen wat meer poetswerk en wat meer budget.

Tijdloos is hier geen loze kreet. Het shakerfront gaat al generaties mee en ziet er nog steeds fris uit. Ben je na tien jaar op de kleur uitgekeken? Dan laat je de gelakte fronten overspuiten en schroef je er andere grepen op. Klaar, nieuwe keuken.

Dan de keerzijde. In die opstaande randjes verzamelt zich vet en stof, vooral rond de kookplaat. Reken dus op af en toe een doekje extra. Door het frees- en lakwerk zijn kaderfronten ook duurder dan vlakke fronten. En in een kleine, donkere ruimte kan veel profiel al snel druk ogen. Kies dan een lichte tint en een smal kader.

Landelijke keuken kopen: waar let je op?

Let bij een landelijke keuken kopen vooral op de maatvoering, de aansluitingen, wat er precies in de offerte staat en de kwaliteit van lades en scharnieren.

Begin met meten, en doe dat op meerdere hoogtes. Muren zijn zelden kaarsrecht (ook al zien ze er zo uit). Noteer waar water, afvoer en stopcontacten zitten, en check of je meterkast een extra groep voor inductie aankan. Over de opstelling zelf vind je veel houvast in dit stuk over keukenindeling met werkdriehoek en werkzones.

Ga je een keuken kopen, vraag dan altijd om een 3D-ontwerp en een offerte waarin alles apart staat. Kasten, werkblad, apparatuur, montage en het afvoeren van je oude keuken. Alleen zo vergelijk je appels met appels. Een lagere prijs blijkt nogal eens gewoon een dunner werkblad te zijn, of een eenvoudigere vaatwasser.

Qua budget loopt een complete keuken met apparatuur en montage al snel in de vijf cijfers. Even slikken, ja. Bezuinig liever op extra’s dan op de dingen die je elke dag gebruikt. Soepel lopende lades, stevige scharnieren en een goed werkblad, daar heb je twintig jaar lang plezier van. Van die stoomoven met dertig programma’s waarschijnlijk niet.

Hoe maak je een landelijke keuken helemaal af?

Je maakt een landelijke keuken af met een warme vloer, sfeervolle verlichting en een paar goed gekozen accessoires.

Een houten vloer of visgraat in pvc doet veel, net als plavuizen in een aardetint. Hang boven het eiland of de eettafel twee of drie hanglampen en zorg voor goed werklicht op het blad.

Verder geldt: minder is meer. Een open plank met mooi servies, een pot met houten lepels, verse kruiden in de vensterbank. Dat voelt meteen gezellig aan, zonder dat het vol wordt. Landelijk is namelijk iets anders dan rommelig, al wordt dat nog weleens door elkaar gehaald.

Is een landelijke keuken iets voor jou?

Een landelijke keuken past bij je als warmte en karakter voor jou zwaarder wegen dan strak minimalisme.

Je krijgt er een keuken voor terug die tegen een stootje kan, met de jaren mooier wordt en makkelijk meegroeit met je smaak. Daar staat tegenover dat je iets meer poetst en iets meer betaalt. Zo eerlijk moet je zijn.

Praktische tip tot slot: neem kleurstalen van fronten en werkblad mee naar huis en bekijk ze op verschillende momenten van de dag. Want saliegroen onder showroomlampen is toch echt een andere kleur dan saliegroen op een grijze dinsdagochtend in je eigen keuken.

Scroll naar boven